ECLI:NL:CRVB:2011:BR0584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toeslagverhoging bij bijstand op grond van hoge kamerhuur
Betrokkene ontving bijstand met een toeslag van 10% vanwege zijn woonsituatie en vroeg om een hogere toeslag van 20% vanwege zijn hoge kamerhuur. De gemeente Arnhem wees dit verzoek af, stellende dat de hoge huur geen bijzondere omstandigheid vormt die een hogere toeslag rechtvaardigt. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat betrokkene recht had op een hogere toeslag, mede omdat de gemeente een onjuist toetsingskader hanteerde.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de gemeente ongegrond. De Raad stelt dat de Richtlijn schrijnende gevallen slechts voorbeelden geeft en dat de gemeente terecht heeft geoordeeld dat er geen schrijnende situatie is die afwijking van het forfaitaire stelsel vereist. De hoge kamerhuur en het overzicht van inkomsten en uitgaven rechtvaardigen geen hogere toeslag, mede omdat anders ten onrechte bijstand voor een schuld aan Menzis zou worden verstrekt.
Het hoger beroep van de gemeente is ontvankelijk en terecht ingesteld. De Raad vernietigt tevens het besluit van 26 augustus 2009, waarin de gemeente een hogere toeslag had toegekend, omdat de grondslag daarvoor is komen te vervallen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een hogere toeslag wordt vernietigd.