ECLI:NL:CRVB:2020:2870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afstemming bijstand wegens onvoldoende individuele omstandigheden
Betrokkene ontving sinds 2010 bijstand en stond onder beschermingsbewind waarbij zij wekelijks leefgeld ontving. Het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren verlaagde de bijstand met ingang van januari 2017 met €303,- per maand, omdat zij meende dat betrokkene voldoende middelen had zonder gebruik te maken van het leefgeld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit tot afstemming van de bijstand, omdat er geen sprake was van een zeer bijzondere situatie die dit rechtvaardigde. In hoger beroep voerde het dagelijks bestuur aan dat betrokkene haar leefgeld niet opnam en financiële steun kreeg van personen uit de Marokkaanse gemeenschap.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de bijstand af te stemmen. De verklaring van de ondersteuners gaf geen duidelijkheid over frequentie en omvang van de hulp. Ook was het niet aannemelijk dat betrokkene haar leefgeld bewust niet opnam om de bijstand te verlagen. Het dagelijks bestuur had onvoldoende informatie ingewonnen en de inlichtingenplicht was niet geschonden.
Het hoger beroep werd afgewezen en het dagelijks bestuur werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene. De uitspraak bevestigt dat afstemming van bijstand slechts in zeer bijzondere individuele situaties is toegestaan en dat het bestuursorgaan zorgvuldig moet onderzoeken voordat het tot verlaging overgaat.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de afstemming van de bijstand wegens onvoldoende individuele omstandigheden.