ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag elektrische rolstoel wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant, met de Surinaamse nationaliteit en lijdend aan een progressieve spierziekte, vroeg in 2008 een elektrische rolstoel, een OV-pas en een woningaanpassing aan bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam op grond van de Wmo. Het College wees deze aanvraag af omdat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef volgens artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Appellant voerde beroep aan tegen deze afwijzing, onder meer met een beroep op artikelen 3, 8 en 14 van het EVRM.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanvraag een individuele voorziening betreft waarop artikel 8, eerste lid, van de Wmo van toepassing is, die vereist dat de aanvrager rechtmatig verblijf heeft. Aangezien appellant niet aan deze voorwaarde voldoet, kan de voorziening niet worden toegekend. De Raad stelde dat de weigering van de voorziening niet leidde tot een disproportionele inbreuk op het privéleven van appellant en dat er een fair balance bestaat tussen publieke en particuliere belangen.
Daarnaast verwierp de Raad het beroep op het non-discriminatiebeginsel uit artikel 14 EVRM Pro en het twaalfde protocol, stellende dat de koppelingswetgeving onderscheid naar nationaliteit maakt dat verenigbaar is met internationale verdragen. De Raad bevestigde het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor een elektrische rolstoel en OV-pas wordt afgewezen omdat appellant niet rechtmatig in Nederland verblijft.