ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overname betalingsverplichtingen wegens onvoldoende voortvarendheid werknemer
Appellant was van maart tot april 2006 werkzaam als operazanger bij een werkgever die in januari 2007 failliet werd verklaard. Appellant verzocht het UWV om overname van de betalingsverplichtingen van de werkgever wegens onbetaald loon, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de aanvraag te laat was ingediend en appellant niet voldoende actie had ondernomen om betaling te verkrijgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet tijdig en gericht heeft gehandeld om zijn loonvordering te innen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij binnen de karakteristieken van het operacircuit redelijk had gehandeld door te kiezen voor overleg in plaats van dwangmiddelen.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak de werknemer tijdig, voldoende voortvarend en gericht actie moet ondernemen om betaling te verkrijgen. De periode van bijna twee jaar waarin appellant langs minnelijke weg betaling probeerde te verkrijgen was te lang om aan deze voorwaarde te voldoen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag tot overname van betalingsverplichtingen van de failliete werkgever wordt afgewezen vanwege onvoldoende voortvarendheid van appellant.