ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit UWV over uitsluiting structurele overuren bij vaststelling dagloon WW-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarbij zijn WW-uitkering werd vastgesteld zonder rekening te houden met zijn structureel gemaakte overuren als internationaal vrachtwagenchauffeur. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de arbeidsovereenkomst uitging van een functieloon gebaseerd op 160 diensturen per vier weken, conform de toepasselijke CAO.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak waarin is bepaald dat de CAO ruimte biedt voor onregelmatige werktijden en dat een gemiddelde arbeidstijd van veertig uur per week het uitgangspunt is. Hierdoor is er voldoende ruimte om na een lange reis minder snel opnieuw ingepland te worden, zodat de normatieve arbeidstijd niet te zeer wordt overschreden.
In hoger beroep herhaalde appellant dat hij structureel overwerk heeft verricht en dat dit ten onrechte niet is meegenomen. De Raad overwoog dat de rechtbank het beroep terecht en deugdelijk gemotiveerd heeft afgewezen. Tevens benadrukte de Raad dat het aan de werknemer is om bewijs te leveren indien hij stelt meer loon te hebben ontvangen dan in de administratie is vermeld, hetgeen appellant niet heeft gedaan.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de structurele overuren buiten beschouwing heeft gelaten bij de vaststelling van het dagloon voor de WW-uitkering.