ECLI:NL:CRVB:2011:BP6484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet opgegeven werkzaamheden
Appellant ontving vanaf september 2007 een WW-uitkering. In de periode van 9 juni tot en met 6 juli 2008 verrichtte hij werkzaamheden voor een uitzendbureau, welke hij niet had opgegeven op de werkbriefjes. Het UWV herzag de uitkering en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug. Tevens legde het UWV een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep trok het UWV het boetestandpunt in. De Raad oordeelde dat de boete daarom niet gehandhaafd kon blijven en herroept het boetebesluit. De terugvordering van de onverschuldigde uitkering blijft echter terecht, omdat appellant niet heeft gereageerd op betalingsvoorstellen en eerdere betalingsregelingen niet is nagekomen.
De Raad concludeert dat het niet melden van werkzaamheden een schending van de inlichtingenplicht is en dat het UWV terecht de uitkering heeft herzien en teruggevorderd. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet gebleken. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Boete vernietigd, terugvordering WW-uitkering bevestigd en UWV veroordeeld in proceskosten.