ECLI:NL:CRVB:2010:BO2768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante 1 ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het College van burgemeester en wethouders van Maassluis concludeerde na onderzoek dat zij vanaf 1 april 2006 een gezamenlijke huishouding voerde met appellante 2 zonder dit te melden. Op basis van sociaal rechercheonderzoek, verklaringen en objectieve gegevens zoals energieverbruik, werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
Appellanten stelden dat de rechtbank ten onrechte de sociaal rechercheur niet als getuige had gehoord en dat de verklaringen onrechtmatig waren verkregen, verwijzend naar het Salduz-arrest. De Raad oordeelde dat het Salduz-arrest niet van toepassing is op bestuursrechtelijke procedures en dat de verklaringen rechtsgeldig waren, mede omdat appellanten vooraf waren geïnformeerd en de verklaringen ondertekenden.
Verder werd geoordeeld dat de bezwaarprocedure correct was verlopen en dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding worden bevestigd.