ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening, terugvordering en verlaging van bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand als alleenstaande en alleenstaande ouder, terwijl zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit aan het College te melden. De sociale recherche stelde dit vast na onderzoek en huisbezoeken, waarna het College de bijstand herzag en terugvorderde over de periode van 20 januari 2003 tot 17 augustus 2005, en een verlaging van 50% toepaste voor oktober 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond vanwege onvoldoende motivering van de brutering en de verlaging, en gaf het College opdracht nieuwe besluiten te nemen. Het College handhaafde zijn standpunt, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellanten inderdaad een gezamenlijke huishouding voerden, gebaseerd op verklaringen van appellant, huisbezoek, buurtbewoners en waarnemingen. De Raad verwierp de tegenargumenten van appellanten en bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen. De verlaging met 50% was passend, mede gelet op NIBUD-richtlijnen. De Raad vond geen schending van de redelijke termijn en wees het hoger beroep af.
Daarnaast verwierp de Raad het beroep van appellanten op het recht op rechtsbijstand op grond van het EVRM, omdat het hier geen strafrechtelijke procedure betrof. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd eveneens afgewezen.
De uitspraak bevestigt het Collegebesluit van 5 december 2008 en sluit het hoger beroep af zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het Collegebesluit van 5 december 2008 bevestigd.