ECLI:NL:CRVB:2010:BO1211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit verrekening bijstandsschuld na onrechtmatig besluit
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage betreffende de verrekening van een openstaande schuld met een nabetaling van bijstand. De rechtbank had het beroep van appellant tegen het verrekeningsbesluit van 22 juni 2009 ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het feit dat appellant over de periode van 28 november 2005 tot 12 juni 2006 niet het inkomen gelijk aan de beslagvrije voet heeft genoten, niet het gevolg is van het besluit van 22 juni 2009, maar van het eerdere onrechtmatige besluit van 14 maart 2006. Voor de daaruit voortvloeiende schade kan appellant een verzoek om schadevergoeding indienen.
Verder oordeelt de Raad dat het College bevoegd is tot verrekening van de openstaande schuld met het bedrag dat aan bijstand nabetaald moest worden, overeenkomstig artikel 6:127, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek. Appellant erkent de openstaande schuld, maar betwist de verrekening omdat hij stelt dat hij daardoor ten onrechte niet het inkomen heeft genoten dat gelijk is aan de beslagvrije voet. De Raad ziet echter geen reden om het College het gebruik van deze verrekeningsbevoegdheid te ontzeggen.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verrekening van de schuld met de nabetaling bevestigd.