ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ9857
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot verrekening nabetaling bijstand met openstaande vordering
Eiser vroeg bijstand aan, die aanvankelijk werd afgewezen door verweerder. Na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep werd het bezwaar van eiser gegrond verklaard en werd bijstand toegekend over de periode van 15 maart 2008 tot en met 8 februari 2011. Verweerder maakte gebruik van zijn bevoegdheid tot verrekening van de toe te kennen bijstand met een openstaande vordering van € 72.600,85.
Eiser stelde dat deze verrekening onrechtmatig was omdat hiermee geen rekening werd gehouden met de beslagvrije voet, waardoor hij niet het juiste inkomen ontving en andere schulden ontstonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot verrekening op grond van artikel 6:127 BW Pro en dat geen reden bestond om dit gebruik van bevoegdheid onredelijk te achten.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek van eiser om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedure binnen een redelijke termijn van vier jaar was afgerond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de bevoegdheid van verweerder tot verrekening van de bijstand met de openstaande vordering.