ECLI:NL:CRVB:2010:BM8024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
De zaak betreft een hoger beroep van het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin de intrekking van bijstand en terugvorderingen aan betrokkene 1 wegens een veronderstelde gezamenlijke huishouding met betrokkene 2 werden vernietigd.
De Raad beoordeelde of betrokkene 2 zijn hoofdverblijf had in de woning van betrokkene 1 gedurende de periode 1 juli 1997 tot en met 7 april 2004. Volgens het onweerlegbaar rechtsvermoeden, gegrond op het bestaan van uit het huwelijk geboren kinderen, zou gezamenlijke huishouding worden aangenomen indien dit hoofdverblijf werd vastgesteld. De Raad concludeerde echter dat de verklaringen van buurtbewoners onvoldoende concreet en eenduidig waren om dit hoofdverblijf vast te stellen.
Verder werd overwogen dat het onderzoek van de sociale recherche en het ontbreken van huisbezoeken of eigen observaties niet doorslaggevend waren, mede omdat de intrekking betrekking had op een periode in het verleden. De Raad oordeelde dat de intrekking van de bijstand en de terugvorderingen niet deugdelijke motivering hadden en vernietigde daarom de besluiten van 2 juni 2008.
De Raad herroept de primaire besluiten van 1 november 2006 zelf, omdat nader onderzoek geen nieuwe draagkrachtige motivering voor gezamenlijke huishouding zal opleveren. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene 1 en 2.
Uitkomst: De Raad herroept de besluiten tot intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding.