ECLI:NL:CRVB:2010:BL3968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding bezwaarkosten in WAO-uitkeringszaak
Betrokkene vroeg op 13 augustus 2004 een WAO-uitkering aan, die aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd het besluit deels gewijzigd en werd betrokkene alsnog als arbeidsgehandicapte erkend, maar de WAO-aanvraag bleef afgewezen. De rechtbank kende betrokkene een vergoeding van €161,- toe voor bezwaarkosten, gelijkgesteld aan het bijwonen van een hoorzitting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank een te ruime uitleg gaf aan het begrip hoorzitting en dat de correspondentie over het dagloon niet als zodanig kon worden beschouwd. Wel erkende de Raad dat in bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de standaard berekeningswijze van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank op andere gronden en veroordeelde appellant tot vergoeding van €644,- aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Betrokkene had geen hoger beroep ingesteld tegen het lagere bedrag, waardoor zijn vordering beperkt bleef tot het door de rechtbank toegewezen bedrag.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van €644,- aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.