ECLI:NL:CRVB:2008:BH0092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen UWV-besluiten over WAO-uitkering en redelijke termijn overschrijding
Appellant, arbeidsongeschikt sinds november 2001, kreeg aanvankelijk een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend. Na diverse bezwaarbesluiten en rechtbankuitspraken werd uiteindelijk vastgesteld dat appellant vanaf 14 november 2002 volledig arbeidsongeschikt was. Het UWV trok eerdere besluiten in en kende een hogere uitkering toe met wettelijke rente.
De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen de vaststelling van het dagloon niet-ontvankelijk was omdat dit geen onderdeel uitmaakte van het primaire besluit. Hoewel het UWV grotendeels aan de bezwaren tegemoet was gekomen, bleef appellant schadevergoeding vorderen wegens de lange duur van de procedure en het niet volledig benutten van zijn WAO-hiaatverzekering.
De Raad stelde vast dat de bestuursrechtelijke procedures en de behandeling door de rechtbank binnen redelijke termijnen vielen, maar dat de behandeling door de Raad zelf circa 3 jaar en negen maanden duurde, wat vermoedelijk een schending van de redelijke termijn inhoudt. Daarom werd het onderzoek heropend en werd de Staat der Nederlanden als partij betrokken voor de schadevergoedingprocedure. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep tegen het laatste UWV-besluit ongegrond, vernietigt eerdere uitspraken deels en heropent het onderzoek voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.