ECLI:NL:CRVB:2008:BG5163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in op grond van een arbeidsdeskundig onderzoek waarin functies werden geselecteerd die zij zou kunnen vervullen. Appellante voerde aan dat de geselecteerde functies niet in overeenstemming waren met haar beperkingen aan rechterarm en -hand, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad stelde vast dat de FML de beperkingen adequaat weergaf, maar dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies daadwerkelijk binnen deze beperkingen konden worden uitgevoerd. De arbeidskundige toelichting was ontoereikend, met name voor de functies van inpakker, elektronicamonteur en wasserijmedewerker. Hierdoor ontbrak een deugdelijke arbeidskundige grondslag, wat strijdig is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de totale duur van de procedure niet onredelijk was. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.