ECLI:NL:CRVB:2009:BI0063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit UWV wegens overschrijding redelijke termijn en toekenning vergoeding
Appellant, voormalig directeur, ontving vanaf 1999 WAO- en WAZ-uitkeringen die later door het UWV werden herzien vanwege inkomsten uit arbeid. Het UWV vorderde een bedrag van €48.337,58 terug wegens te veel ontvangen uitkeringen. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de bezwaarprocedure langer dan gerechtvaardigd had geduurd, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
De Raad oordeelde dat de totale procedure vier jaar en ruim zeven maanden duurde, waarbij de bezwaarfase de overschrijding veroorzaakte. De redelijke termijn voor drie instanties is maximaal vier jaar, met specifieke termijnen voor bezwaar, beroep en hoger beroep. De overschrijding leidde tot een vergoeding van €1.000 aan appellant, maar een immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan ernstige persoonlijke inbreuken.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen, rekening houdend met de uitspraak van de Raad. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming binnen bestuursrechtelijke procedures en de gevolgen van overschrijding daarvan.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit van het UWV wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en appellant ontvangt een vergoeding van €1.000.