ECLI:NL:CRVB:2008:BD6511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bijzondere bijstand en bijstand intrekking
Appellant ontving bijstand sinds 1997 en werd later geconfronteerd met een besluit tot herziening en terugvordering van bijstand over een periode van detentie in 2000. Tevens werd bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor een huurschuld toegekend. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, welke aanvankelijk niet-ontvankelijk werden verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaringen ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet eerder over de volledige besluiten beschikte en dat de bezwaartermijn daarom pas later was aangevangen, dan wel dat sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad overwoog dat het bestuursrechtelijk systeem niet toestaat tweemaal inhoudelijk te beslissen op bezwaar tegen hetzelfde primaire besluit. Gezien eerdere beslissingen waren de eerdere besluiten op bezwaar onherroepelijk geworden.
De Raad concludeerde dat het College ten onrechte de bezwaren niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de termijn en vernietigde het besluit van 30 juni 2006 voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring betrof. De rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte blijven in stand. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van 30 juni 2006 tot niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren wordt vernietigd en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.