ECLI:NL:CRVB:2008:BD6225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing scootmobielvoorziening wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, geboren in 1956, lijdt aan artrose van de knie en beperkte inspanningstolerantie, met klachten bij traplopen, fietsen en opstaan. Zij vroeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een scootmobiel aan, welke door het College werd afgewezen na advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het onderzoek van CIZ als zorgvuldig werd beoordeeld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen objectief medisch waren vastgesteld en dat fietsen gevaarlijk voor haar was.
De Raad concludeerde dat appellante niet zodanige medische beperkingen had dat een scootmobiel noodzakelijk was voor vervoer over korte en middellange afstanden in haar directe woonomgeving. Hoewel het dossier aanvankelijk onvolledig was, leidde dit niet tot belangenverlies voor appellante. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de scootmobielvoorziening bevestigd.