ECLI:NL:CRVB:2007:BB9275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-voorschotten zonder dringende redenen
Appellante ontving een voorschot op een WAO-uitkering vanaf 3 mei 2000, dat later werd ingetrokken omdat zij niet arbeidsongeschikt werd geacht. Het UWV vorderde het voorschot terug, wat door appellante werd bestreden met het argument van dringende financiële en sociale omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de besluiten over het voorschot in rechte vaststaan omdat appellante geen rechtsmiddelen had aangewend. De Raad overweegt dat de aangevoerde omstandigheden geen nieuwe gezichtspunten bevatten en geen dringende reden vormen om van terugvordering af te zien.
De Raad benadrukt dat terugvordering slechts kan worden afgezien bij onaanvaardbare gevolgen voor de betrokkene, wat in deze zaak niet is aangetoond. Ook het feit dat appellante gedurende tien maanden geen inkomen had, wordt niet als dringende reden erkend. De uitspraak bevestigt het besluit van het UWV en de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het onverschuldigd betaalde WAO-voorschot omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om hiervan af te zien.