ECLI:NL:CRVB:2012:BX8715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en berekening WGA-vervolguitkering door UWV
Appellante ontving een voorschot op een WIA-uitkering vanaf november 2009, dat later werd aangepast door het UWV op basis van de mate van arbeidsongeschiktheid en het wettelijk minimumloon. Het UWV stelde vast dat appellante een te hoog bedrag aan voorschotten had ontvangen en vorderde dit terug. Tevens werd een toeslag toegekend die werd verrekend met de terugvordering.
Appellante betwistte de hoogte van de vervolguitkering en de terugvordering, stellende dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar werkelijke loon en dat de verrekening haar inkomen onder het bestaansminimum zou brengen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de berekening van de vervolguitkering conform de wettelijke formule was en dat de terugvordering verplicht was op grond van de Wet WIA. Er was geen sprake van dringende redenen om van terugvordering af te zien, aangezien appellante haar stellingen onvoldoende had onderbouwd en geen concrete financiële of sociale uitzonderingen had aangetoond.
De Raad bevestigde dat de verrekening van de toeslag met de terugvordering rechtmatig was en dat de uitkering niet onaanvaardbaar laag werd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering en uitkeringsberekening van het UWV worden bevestigd.