ECLI:NL:CRVB:2007:BA9908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering bij onderzoek door verzekeringsarts in opleiding
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede op basis van medische informatie van behandelend specialisten.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek was uitgevoerd door een verzekeringsarts in opleiding die niet geregistreerd was bij de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie, wat strijdig zou zijn met het Schattingsbesluit van 2000. De Raad overwoog dat het Schattingsbesluit niet vereist dat alleen geregistreerde verzekeringsartsen het onderzoek mogen uitvoeren, maar dat de kwaliteit van het onderzoek door een arts in opleiding niet automatisch gelijk is aan die van een geregistreerde arts.
De Raad concludeerde dat het gebrek in de primaire beoordeling door de arts in opleiding was hersteld door het zorgvuldige bezwaaronderzoek door een geregistreerde verzekeringsarts. Verder achtte de Raad de medische en arbeidskundige rapporten voldoende en vond geen aanleiding om appellante als arbeidsongeschikt te beschouwen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.