ECLI:NL:CRVB:2008:BC1762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- M. Lochs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 14 januari 2003, waarin haar een WAO-uitkering werd geweigerd omdat haar arbeidsongeschiktheid per 27 december 2002 minder dan 15% werd geschat. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij medisch meer beperkt was dan vastgesteld en dat zij niet geschikt was voor de geselecteerde functies. Tevens stelde zij dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was omdat zij slechts eenmaal en kort door een bezwaarverzekeringsarts was onderzocht.
De Raad overwoog dat het bezwaaronderzoek door de bezwaarverzekeringsarts het gebrek in de primaire fase herstelde. Het korte onderzoek was niet per definitie onzorgvuldig, zeker omdat het gericht was op de klachten van appellante. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige gegevens geen aanleiding gaven het oordeel over de belastbaarheid te wijzigen. De rechtbank had onzorgvuldig gehandeld door een laat ingediend rapport van appellante niet toe te laten, terwijl het UWV wel een laat rapport mocht inbrengen zonder schorsing of heropening van het onderzoek.
De Raad vernietigde daarom de aangevallen uitspraak en het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De medische grieven van appellante werden door de bezwaarverzekeringsarts afdoende weerlegd en de beperkingen waren correct vastgesteld en verwerkt in de Functionele MogelijkhedenLijst.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak en het besluit op bezwaar worden vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.