ECLI:NL:CRVB:2008:BG1633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering na medisch onderzoek door niet-verzekeringsarts
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de intrekking van de WAO-uitkering van betrokkene vernietigde wegens een gebrek in het medisch onderzoek in de primaire fase.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek was uitgevoerd door een arts die niet als verzekeringsarts geregistreerd was, waardoor het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. In hoger beroep stelde appellant dat dit gebrek in de bezwaarprocedure was hersteld door een bezwaarverzekeringsarts die een zorgvuldige inventarisatie van de klachten maakte zonder lichamelijk onderzoek.
De Raad overwoog dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts voldoende zorgvuldig was en dat de functionele mogelijkheden van betrokkene juist waren vastgesteld, rekening houdend met klachten en beschikbare medische informatie. Het beroeparbeidsdeskundige rapport bevestigde dat betrokkene met zijn opleidingsniveau passende arbeid kon verrichten.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het bestreden besluit in stand bleef. Er werd geen reden gezien voor het benoemen van een medisch deskundige of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.