ECLI:NL:CRVB:2008:BG8315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende verzekeringsartsonderzoek
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, trok de WAO-uitkering van betrokkene in omdat diens arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat het medisch onderzoek was uitgevoerd door een arts die niet als verzekeringsarts geregistreerd was.
In hoger beroep stelde appellant dat de wijziging van het Schattingsbesluit niet beoogde dat alleen geregistreerde verzekeringsartsen onderzoek mogen doen en dat het gebrek in bezwaar was hersteld doordat een geregistreerde bezwaarverzekeringsarts de conclusies van de primaire arts had overgenomen.
De Raad overwoog dat het onderzoek door een niet-geregistreerde arts niet dezelfde waarde heeft als dat door een geregistreerde verzekeringsarts en dat dit gebrek in bezwaar alleen kan worden hersteld als de bezwaarverzekeringsarts zelf een onderzoek verricht. In deze zaak was dat niet gebeurd, waardoor het gebrek niet was hersteld. De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende herstel van het zorgvuldigheidsgebrek.