ECLI:NL:CRVB:2007:BA1063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over studiefinanciering en communautair werknemerschap van EU-student
De zaak betreft een Duitse student die zich in 2000 in Nederland vestigde en studiefinanciering ontving op grond van haar status als communautair werknemer. Na het beëindigen van haar betaalde werkzaamheden in de tweede helft van 2003 werd de studiefinanciering over die periode ingetrokken door de IB-Groep, omdat zij niet langer als werknemer werd aangemerkt. De student stelde dat zij toch aanspraak had op studiefinanciering op grond van haar integratie in de Nederlandse samenleving en het arrest Bidar van het Hof van Justitie.
De rechtbank Alkmaar wees het beroep van de student af, stellende dat zij niet als communautair werknemer kon worden aangemerkt en onvoldoende geïntegreerd was voor studiefinanciering. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de IB-Groep terecht het begrip werknemer toepaste en dat het behoud van de status van communautair werknemer bij het staken van werkzaamheden uitzonderlijk is. De Raad overwoog dat het arrest Bidar en de Europese regelgeving vragen oproepen over de toepasselijkheid van het discriminatieverbod en de verblijfsduurvereiste.
De Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de reikwijdte van artikel 7 van Pro Verordening 1251/70, de toepassing van artikel 12 EG Pro op studenten die gestopt zijn met werken, de rechtmatigheid van een verblijfsduurvoorwaarde van vijf jaar, en de kenbaarheid van voorwaarden die met terugwerkende kracht worden toegepast. De verdere behandeling van de zaak is aangehouden totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie en houdt de zaak aan.