ECLI:NL:CRVB:2009:BK2077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening studiefinanciering en OV-kaart voor EU-studente zonder 32-uurcriterium
Betrokkene, een Duitse studente, vroeg studiefinanciering aan voor haar studie in Nederland. Aanvankelijk werd deze toegekend op basis van haar status als communautair werknemer, mede omdat zij werkte als uitzendkracht. Bij controle bleek zij echter niet te voldoen aan het vereiste 32-uurcriterium in de maanden april tot en met december 2002. De IB-Groep herzag daarop de toekenning en vorderde terugbetaling van studiefinanciering en de OV-studentenkaart.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het herzieningsbesluit, stellende dat het beleid van de IB-Groep in strijd was met het EU-recht. In hoger beroep stelde de Raad dat de IB-Groep geen onjuiste invulling had gegeven aan het begrip werknemer en dat betrokkene niet voldeed aan het 32-uurcriterium. Ook het discriminatieverbod uit artikel 12 EG Pro stond het stellen van een vijfjarig legaal verblijf als voorwaarde niet in de weg.
De Raad oordeelde dat de IB-Groep bevoegd was het eerdere besluit te herzien en dat de vordering wegens onterecht bezit van de OV-kaart terecht was opgelegd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, behoudens het deel waarin een nieuw besluit op bezwaar werd bevolen, en het besluit van 29 september 2006 werd vernietigd.
Uitkomst: De herziening van de studiefinanciering en de vordering voor de OV-studentenkaart zijn terecht gehandhaafd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.