ECLI:NL:CRVB:2009:BK2521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering voor communautair werknemer met 32-urencriterium
Betrokkene, een Duitse nationaliteit houdende studente die in Nederland studeerde, ontving studiefinanciering op grond van haar status als communautair werknemer. Appellante herzag deze toekenning nadat bleek dat betrokkene in 2003 niet voldeed aan het 32-urencriterium. De rechtbank oordeelde dat appellante onterecht de toekenning volledig had ingetrokken, omdat betrokkene recht had op een deel van de studiefinanciering volgens het Gemeenschapsrecht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellante bevoegd was tot herziening van de studiefinanciering, maar dat het besluit op bezwaar van 25 februari 2005 onrechtmatig was voor zover de toekenning geheel werd ingetrokken. De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat EU-burgers onder gelijke voorwaarden als Nederlandse studenten recht hebben op studiefinanciering ter dekking van onderwijsgerelateerde kosten, maar niet op de OV-studentenkaart.
De Raad oordeelde dat betrokkene niet voldeed aan het 32-urencriterium en dat de herziening daarom deels terecht was. De vordering wegens onterecht bezit van de OV-studentenkaart werd eveneens bevestigd. Het besluit van 4 januari 2006, genomen ter uitvoering van de eerdere uitspraak, werd vernietigd. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedure binnen aanvaardbare termijnen was verlopen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en bepaalde dat appellante een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak van de Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt gedeeltelijk de vernietiging van het herzieningsbesluit en wijst appellante op het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.