ECLI:NL:CRVB:2009:BK2076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing herziening studiefinanciering EU-studente volgens beleidsregels en EU-recht
Betrokkene, een Ierse studente, vroeg studiefinanciering aan voor een opleiding in Nederland. Aanvankelijk werd studiefinanciering toegekend op basis van het criterium dat zij als communautair werknemer gold, maar later herzag de IB-Groep deze toekenning omdat betrokkene niet voldeed aan het 32-uur werkcriterium en de voorwaarde van vijf jaar legaal verblijf.
De rechtbank vernietigde het herzieningsbesluit omdat niet aannemelijk was dat betrokkene wist of redelijkerwijs kon weten dat de toekenning onjuist was. De IB-Groep ging in hoger beroep. De Raad overwoog dat het beleid van de IB-Groep geen onjuiste invulling gaf aan het begrip werknemer en dat betrokkene niet aan het 32-uur criterium voldeed. Ook het discriminatieverbod uit artikel 12 EG Pro stond het stellen van het vijf jaar verblijfcriterium niet in de weg.
De Raad oordeelde dat de IB-Groep bevoegd was de studiefinanciering te herzien en dat het niet tijdig inleveren van de OV-kaart aan betrokkene kon worden toegerekend. Wel was het onrechtmatig om de eerdere toekenning volledig ongedaan te maken, omdat betrokkene recht heeft op de Raulin-vergoeding. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat een nieuw besluit op bezwaar moest worden genomen, bevestigde de rest en verklaarde het beroep tegen de latere Raulin-vergoedingsbesluiten ongegrond.
Uitkomst: De Raad bevestigt de herziening van studiefinanciering wegens niet voldoen aan voorwaarden, maar oordeelt dat de volledige intrekking onrechtmatig is en de Raulin-vergoeding moet worden toegekend.