ECLI:NL:CRVB:2012:BY0616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en vernietiging boete wegens niet-tijdige melding cao-loonsverhoging
Appellant ontving vanaf 1997 een WAO-uitkering, die in 2009 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Tevens vorderde het Uwv onverschuldigd betaalde uitkeringen terug en legde een boete op wegens het niet tijdig melden van loonsverhogingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde de boete. In hoger beroep stelde appellant dat de boete niet terecht was omdat de loonsverhogingen het directe gevolg waren van cao-afspraken en hij niet verwijtbaar had gehandeld. De Raad toetste de zaak en oordeelde dat de boete op grond van de beleidsregel boete werknemer 2010 niet gehandhaafd kon blijven.
De Raad vernietigde het besluit tot boeteoplegging, maar liet de intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen in stand. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt vernietigd, maar de intrekking van de WAO-uitkering en terugvordering blijven gehandhaafd.