ECLI:NL:CRVB:2006:AX8584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten Wvg wegens onjuiste maatstaf langdurige noodzaak
Appellant vroeg op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) een vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten aan vanwege belemmeringen bij het traplopen door enkelklachten na een aanrijding. Het College Utrecht weigerde de voorziening omdat appellant nog niet uitbehandeld was en de langdurige noodzaak niet vastgesteld kon worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het College mocht afgaan op het advies van de GG&GD.
In hoger beroep betoogde appellant dat het begrip 'medische eindsituatie' geen wettelijke vereiste is en dat het College een onjuiste maatstaf hanteerde. De Raad oordeelde dat noch de Wvg noch de gemeentelijke verordening vereisen dat een medische eindsituatie is bereikt om langdurige noodzaak aan te nemen. Het College en de GG&GD hebben daardoor een onjuiste maatstaf toegepast.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en draagt het College op een nieuw besluit te nemen waarbij objectief medisch moet worden vastgesteld of de belemmeringen zodanig zijn dat een langdurige voorziening noodzakelijk is. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een objectieve medische beoordeling.