Uitspraak
PROCESVERLOOP
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand van het College van burgemeester en wethouders van Haarlem. Het College schortte het recht op bijstand op omdat het opgegeven verblijfsadres niet overeenkwam met de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Appellante maakte bezwaar tegen dit opschortingsbesluit en het daarop volgende intrekkingsbesluit.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat het intrekkingsbesluit reeds in rechte vaststond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het intrekkingsbesluit niet rechtsgeldig bekend is gemaakt aan de gemachtigde, waardoor het besluit niet onaantastbaar is geworden.
Verder stelt de Raad vast dat het College ten onrechte artikel 54 WWB Pro toepaste in plaats van artikel 40 WWB Pro, waardoor het opschortingsbesluit op een onjuiste bevoegdheidsgrondslag berust. Appellante kon geen verwijt worden gemaakt van het verschil in adresgegevens, omdat haar broer haar geen toestemming gaf zich in te schrijven op zijn adres. De Raad herroept daarom het opschortingsbesluit en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het opschortingsbesluit van het recht op bijstand wordt herroepen en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.