ECLI:NL:CRVB:2006:AV2192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand ondanks overschrijding beslistermijn
Appellant kreeg op 3 november 1999 bijzondere bijstand toegekend als rentedragende geldlening voor een schuld aan NUON, met de verplichting tot terugbetaling binnen veertien dagen. Appellant betaalde niet terug, waarna gedaagde op 5 maart 2003 het openstaande bedrag terugvorderde. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd op 10 februari 2004 ongegrond verklaard, en de rechtbank bevestigde dit op 26 oktober 2004.
Appellant stelde in hoger beroep dat de beslistermijn voor het bezwaarbesluit was overschreden, en dat hij in maart 2000 een bedrag had betaald dat mede betrekking had op deze lening, of dat hij erop mocht vertrouwen dat de schuld was afgelost. De Raad constateerde dat de beslistermijn inderdaad was overschreden, maar dat dit een termijn van orde betrof zonder sancties, en appellant geen schade had geleden.
Verder oordeelde de Raad dat het betaalde bedrag in maart 2000 uitsluitend betrekking had op een eerdere lening uit 1996 en niet op de lening uit 1999. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging was gedaan door gedaagde. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, zodat het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijzondere bijstand en wijst het hoger beroep af.