ECLI:NL:CRVB:2005:AS8218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende financiële gegevens
Appellant verzocht op 26 augustus 1999 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. De gemeente Utrecht vroeg nadere financiële gegevens op, maar appellant leverde onvoldoende bewijs over zijn inkomsten en vermogen, met name over zijn zelfstandige activiteiten in 1999. Hierdoor werd de bijstandsaanvraag afgewezen en verstrekte voorschotten teruggevorderd.
Na bezwaar en een nieuwe afwijzing bleef appellant onvoldoende inzicht geven in zijn financiële situatie, ondanks verzoeken om uitschrijving bij de Kamer van Koophandel en belastinggegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het verkrijgen van bewijs door zijn verblijf in Frankrijk bemoeilijkt werd en dat hij niet tijdig over belastinggegevens beschikte.
De Raad oordeelt dat appellant tekort is geschoten in zijn inlichtingenplicht, maar dat hij tijdens de procedure alsnog de benodigde informatie aanleverde. Hierdoor kon het recht op bijstand alsnog worden vastgesteld. De Raad vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Vergoeding van proceskosten en renteschade wordt afgewezen, omdat appellant zelf tekort is geschoten en de procedures daardoor noodzakelijk waren.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en een nieuw besluit op bezwaar bevolen, zonder vergoeding van proceskosten of renteschade.