ECLI:NL:CRVB:2005:AU2788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten en nieuwe beslissing over kinderbijslag na twijfel afstamming en pleegkinderschap
Appellant, afkomstig uit Pakistan en woonachtig in Nederland, vorderde kinderbijslag voor drie kinderen. De Sociale verzekeringsbank (gedaagde) weigerde of schortte de uitbetaling op wegens twijfel aan de afstamming, omdat de gelegaliseerde documenten afkomstig uit Pakistan niet door de Nederlandse Vertegenwoordiging waren geverifieerd.
De rechtbank verklaarde sommige beroepen niet-ontvankelijk en niet bevoegd, wat in hoger beroep werd bestreden. De Raad oordeelde dat besluiten waren genomen op ontoereikende gronden, mede omdat gedaagde naliet te onderzoeken of de kinderen als pleegkinderen konden worden aangemerkt, terwijl appellant had opgegeven dat de kinderen bij hem inwoonden.
Verder werd vastgesteld dat gedaagde essentiële verificatiestukken niet aan appellant had verstrekt, wat een schending van bestuursprocesrechtelijke beginselen vormde. De Raad vernietigde de besluiten en de uitspraken van de rechtbank en beval een nieuwe beslissing met inachtneming van aanvullende bewijslevering.
De Raad veroordeelde de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant. De uitspraak benadrukt het belang van betrouwbare en valide documenten inzake afstamming en pleegkinderschap bij de toekenning van kinderbijslag.
Uitkomst: De besluiten over kinderbijslag worden vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met aanvullend bewijs en onderzoek naar pleegkindstatus.