ECLI:NL:CRVB:2005:AS6426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmaninkomen bij arbeidsongeschiktheidsuitkering arts-assistent
Gedaagde, een arts die tijdens zijn huisarts-stagiaireperiode arbeidsongeschikt werd, ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het geschil betreft de juiste keuze van het maatmaninkomen waarop de uitkering wordt gebaseerd. Appellant, het UWV, stelde het inkomen van een arts-assistent als maatman vast, terwijl gedaagde betoogt dat een hogere functie die hij na voltooiing van zijn studie had kunnen bereiken, in aanmerking had moeten worden genomen.
De rechtbank had het besluit van het UWV vernietigd omdat het maatmaninkomen was gebaseerd op de huisarts-stagiairefunctie, die niet representatief was. Bij het bestreden besluit handhaafde het UWV de keuze voor de arts-assistent als maatman. De Centrale Raad van Beroep beoordeelt of het redelijk was om uit te gaan van de arts-assistent als maatman, dan wel van een hogere functie die gedaagde met redelijke zekerheid had kunnen bereiken.
De Raad stelt vast dat niet met redelijke mate van zekerheid kon worden aangenomen dat gedaagde als huisarts zou functioneren, mede vanwege het hoge percentage huisartsen in opleiding dat niet als huisarts aan de slag gaat. Wel acht de Raad aannemelijk dat gedaagde op academisch niveau zou functioneren, maar het is niet gebleken dat dit tot een substantieel hoger inkomen zou leiden dan dat van een arts-assistent. De Raad bevestigt dat het maatmaninkomen van een arts-assistent passend is en verklaart het beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het maatmaninkomen blijft vastgesteld op het niveau van een arts-assistent.