ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- K. Wentholt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV over maatmaninkomen bij WAO-uitkering na arbeidsongeschiktheid octrooigemachtigde
Appellante, arbeidsongeschikt sinds een auto-ongeluk in 1994, betwistte het door het UWV gehanteerde maatmaninkomen bij de berekening van haar WAO-uitkering. Zij stelde dat haar maatmaninkomen gebaseerd moest zijn op het loon van een voltooide octrooigemachtigde, niet op dat van een octrooigemachtigde in opleiding.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van 12 juli 2010 gegrond en vernietigde dit besluit, maar wees het beroep tegen het latere besluit van 19 januari 2011 af. Het UWV stelde vervolgens een nieuw besluit vast op 29 augustus 2012, dat echter ondeugdelijk gemotiveerd bleek.
De Raad oordeelde dat uit de verklaringen van de mentor van appellante blijkt dat zij met redelijke zekerheid de functie van octrooigemachtigde zou hebben bekleed indien zij niet arbeidsongeschikt was geworden. Het rapport van de arbeidsdeskundige van het UWV woog minder zwaar. Daarom voldoet het besluit van 29 augustus 2012 niet aan de motiveringseis en moet het worden vernietigd. Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met inachtneming van de vaststelling dat de maatman de voltooide octrooigemachtigde is.
Uitkomst: Het besluit van 29 augustus 2012 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het maatmaninkomen te herstellen tot dat van een voltooide octrooigemachtigde.