Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2001 werkzaam als computerprogrammeur en viel in oktober 2001 uit wegens ziekte. Na een periode zonder uitkering werd haar in november 2003 een volledige WAO-uitkering toegekend, die in 2005 werd beëindigd. In 2009 meldde zij toegenomen beperkingen door POTS, maar het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep stelde dat haar beperkingen, met name bij staan en lopen, werden onderschat. Zij overhandigde een expertise-rapport van een verzekeringsarts en betoogde dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts de medische situatie juist had beoordeeld, waarbij rekening was gehouden met relevante medische verklaringen. Het rapport van de verzekeringsarts gaf geen aanleiding tot bijstelling van de functionele mogelijkhedenlijst. De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde voldoende waarom de voorgehouden functies passend waren en dat het maatmaninkomen terecht was vastgesteld, omdat geen redelijke mate van zekerheid bestond dat appellante als analist-programmeur zou zijn gaan werken.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.