ECLI:NL:CRVB:2010:BO4403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAZ-uitkering zelfstandige terecht op basis van fiscale nettowinst
Appellante, een zelfstandig fysiotherapeut, viel in 1999 uit en kreeg vanaf 2000 een WAZ-uitkering toegekend, die later werd ingetrokken per 1 januari 2006. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking gegrond, omdat het UWV niet voldoende had onderzocht of de winststijging na arbeidsongeschiktheid de maatmaninkomenbepaling beïnvloedde, mede gelet op investeringen in 1997 en 1998.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat de jurisprudentie over de 'niet gerealiseerde toekomstverwachting' alleen geldt voor werknemers en niet voor zelfstandigen zoals appellante, die ondernemersrisico dragen. Het uitgangspunt voor zelfstandigen is de door de fiscus aanvaarde nettowinst over de drie boekjaren voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelt dat er geen reden is om hiervan af te wijken of om de investeringen buiten beschouwing te laten. Ook is geen langere periode dan drie jaren relevant. De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op minder dan 25% per 1 januari 2006. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering van appellante is terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard.