ECLI:NL:CRVB:2003:AF7887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige
Appellant, een zelfstandig tomatenkweker, kreeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Na een val op 4 mei 1998 waarbij hij een rugwervel brak, werd zijn uitkering herzien. Gedaagde stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 65 tot 80% per 16 september 1998, maar de rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende zorgvuldigheid.
Gedaagde nam vervolgens een nieuw besluit waarbij de herziening van de uitkering per 19 december 1998 werd vastgesteld. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. De Raad overwoog dat het hoger beroep mede gericht was tegen het tweede besluit en verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat dit was vervangen door het tweede besluit.
De Raad oordeelde dat het oude arbeidsongeschiktheidscriterium niet op appellant van toepassing was, omdat hij op de relevante data geen recht had op een uitkering. De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid moest daarom volgens het criterium van na 1 augustus 1993 gebeuren. De gehanteerde schattingsmethode was onjuist omdat deze uitging van een urenvergelijking en deeltakenanalyse, die niet passend is voor zelfstandigen zoals appellant.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde gedaagde in de proceskosten van appellant. Tevens werd bepaald dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het tweede besluit wordt vernietigd wegens onjuiste schattingsmethode.