ECLI:NL:CRVB:2002:AD9460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsuitkering Wet TBA
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de overgangsregeling in artikel XVI van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA). Appellant, die sinds 1993 arbeidsongeschikt was, ontving geen uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de bepalingen van artikel XVI Wet TBA bedoeld zijn als rechtszekerheid voor personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet al een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvingen. Appellant voldeed weliswaar aan de voorwaarden voor een uitkering op 31 juli 1993, maar was niet in het genot van een uitkering omdat deze nog niet was toegekend. Daarom kon hij geen beroep doen op de overgangsregeling.
De Raad bevestigde dat het recht op uitkering pas ontstaat op het moment van toekenning en dat de bescherming van artikel XVI Wet TBA niet van toepassing is op late aanvragers. De medische en arbeidskundige gronden van het besluit werden niet betwist. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd, waarmee het beroep alsnog ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep alsnog ongegrond verklaard; appellant heeft geen recht op de overgangsregeling van artikel XVI Wet TBA.