ECLI:NL:CRVB:2003:AF7530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van arbeidsongeschiktheidsuitkering als inkomen bij omzetting bedrijfskapitaallening
Appellanten hadden bijstand ontvangen in de vorm van een geldlening voor bedrijfskapitaal. Deze lening werd door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen gedeeltelijk omgezet in een bedrag om niet. Appellanten maakten bezwaar tegen deze omzetting, met name over de vraag of de ontvangen particuliere arbeidsongeschiktheidsuitkering als inkomen mocht worden meegeteld.
De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, maar vernietigde het besluit wegens een onjuiste wettelijke grondslag, zonder de rechtsgevolgen te wijzigen. Appellanten gingen in hoger beroep tegen het in stand laten van deze rechtsgevolgen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld ter compensatie van inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid, moet worden aangemerkt als inkomen in de zin van artikel 47, eerste lid, van de Algemene bijstandswet. De reden van het afsluiten van de verzekering is daarbij niet relevant. Ook het argument dat de uitkering gesaldeerd zou moeten worden met negatieve bedrijfswinst werd verworpen.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering als inkomen moet worden meegeteld bij de omzetting van de lening in een bedrag om niet.