ECLI:NL:CRVB:2002:BJ6222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ondanks sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid
Gedaagde, werkzaam als administratief-juridisch medewerker, pleegde op 16 mei 1997 ernstig plichtsverzuim door lichamelijk geweld tegen zijn vrouwelijke leidinggevende te gebruiken en vernielingen aan te richten in haar kantoor. Na een periode van arbeidsongeschiktheid hervatte hij zijn werkzaamheden volledig.
De Minister van Justitie legde gedaagde ontslag op, maar de rechtbank vernietigde dit besluit op grond van een deskundigenrapport dat stelde dat gedaagde sterk verminderd toerekeningsvatbaar was. De Minister ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat ondanks de ernstig verminderde toerekeningsvatbaarheid, gedaagde zich bewust was van de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag en enige weerstand kon bieden aan zijn agressie-impuls. Gezien de ernst van het plichtsverzuim was het ontslag niet onevenredig en kon het besluit in stand blijven.
De Raad verklaarde de onbevoegdheid van de rechtbank Rotterdam gedekt en vernietigde het vonnis van die rechtbank, waarbij het beroep van gedaagde ongegrond werd verklaard. Het ontslagbesluit werd hiermee bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van de ambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd ondanks zijn sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid.