ECLI:NL:RBROT:2016:6522
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Woudstra
- M. Munsterman
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim
Eiser, een voormalig penitentiair inrichtingswerker, kreeg op 5 maart 2015 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd dat pas ten uitvoer zou worden gelegd bij herhaling van ernstig plichtsverzuim binnen twee jaar. Op 4 juni 2015 besloot de Minister van Veiligheid en Justitie tot onmiddellijke tenuitvoerlegging van dit ontslag wegens gedragingen die ernstig plichtsverzuim vormden, waaronder ongepaste telefonische uitlatingen in beschonken toestand en een ongepaste e-mail.
Eiser betwistte de gedragingen en voerde aan dat psychische klachten en medicijngebruik hem ontoerekenbaar maakten. De rechtbank stelde vast dat de gedragingen voldoende vaststonden op basis van verklaringen van politieambtenaren en opname van telefoongesprekken. De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn psychische toestand en medicatiegebruik hem onvermogen veroorzaakten om de ontoelaatbaarheid van zijn gedragingen in te zien en hiernaar te handelen.
De rechtbank volgde de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat bij toetsing van de tenuitvoerlegging alleen beoordeeld moet worden of het plichtsverzuim de tenuitvoerlegging rechtvaardigt. Er was geen grond voor een evenredigheidstoetsing of bijzondere omstandigheden die afzien van tenuitvoerlegging rechtvaardigen.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 23 augustus 2016.
Uitkomst: Het beroep tegen de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag is ongegrond verklaard.