ECLI:NL:CRVB:2002:AF4524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Th.G.M. Simons
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij bijstandsuitkering en schuld aan familielid
Appellant betwistte dat het College van burgemeester en wethouders van Voorschoten zijn vermogen bij de aanvang van de bijstandsuitkering correct had vastgesteld, omdat geen rekening was gehouden met een schuld aan zijn broer. De rechtbank had geoordeeld dat de schuld niet direct opeisbaar was en dat aflossing afhankelijk was van een toekomstige onzekere gebeurtenis.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat er wel degelijk een daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling bestond, omdat appellant al vanaf oktober 1998 maandelijks een bedrag van 100 gulden terugbetaalde. De Raad oordeelde dat de schuld niet afhankelijk was van de uitkomst van een civielrechtelijke procedure tegen de ex-echtgenote van appellant.
De Raad vernietigde het besluit van 14 april 1999 en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen waarbij rekening wordt gehouden met de schuld aan de broer. Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het College moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de schuld aan de broer.