ECLI:NL:CRVB:2001:AD5746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vermeende vertraagde besluitvorming afkoop wachtgeld
Appellant, voormalig sergeant-majoor administrateur bij de Koninklijke landmacht, werd wegens overtolligheid ontslagen en verzocht om afkoop van zijn wachtgelduitkering om te investeren in zijn bedrijf. Na verstrekking van informatie en een accountantsonderzoek naar de levensvatbaarheid van het bedrijf, betaalde de Staatssecretaris van Defensie het bruto afkoopbedrag uit en nam formeel een besluit.
Appellant vroeg vervolgens vergoeding van kosten wegens vermeende trage afhandeling van zijn verzoek. De Staatssecretaris wees dit af, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen onrechtmatige vertraging was opgetreden en geen aanspraak bestond op vertragingsrente.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de aanvraag van appellant pas op 28 februari 1996 volledig was aangevuld, waarna een accountantsonderzoek en besluitvorming plaatsvonden binnen een redelijke termijn. Hoewel de Staatssecretaris niet had aangegeven tot wanneer de besluitvorming werd verdaagd, was appellant op de hoogte gehouden en was hij niet in zijn belangen geschaad. De Raad concludeerde dat geen onrechtmatige vertraging had plaatsgevonden en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen onrechtmatige vertraging heeft plaatsgevonden en wijst het verzoek om schadevergoeding af.