ECLI:NL:CRVB:2000:AB0575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Th.C. van Sloten
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid bij ontslag wegens verhuizing door baanwisseling partner
In deze zaak staat de beoordeling van verwijtbare werkloosheid centraal bij ontslag wegens verhuizing in verband met een baanwisseling van de partner. Gedaagde nam ontslag per 1 november 1998 vanwege verhuizing naar een andere woonplaats, waar haar echtgenoot een nieuwe baan had aanvaard. Appellant legde een maatregel op waarbij het WW-uitkeringspercentage werd verlaagd van 70% naar 35%, omdat de baanwisseling van de partner zou berusten op een persoonlijke voorkeur en dus sprake zou zijn van verwijtbare werkloosheid.
De Raad stelt vast dat de bestaande criteria van uitvoeringsinstanties verschillen: het GAK hanteert soepelere criteria waarbij bij verhuizing wegens baanwisseling van de partner geen verwijtbare werkloosheid wordt aangenomen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, terwijl Cadans strenger beoordeelt en verwijtbare werkloosheid aanneemt bij een vrije keuze van de partner. De Raad nuanceert het uitgangspunt dat een vrije keuze tot verwijtbare werkloosheid leidt en benadrukt dat de omstandigheden van het individuele geval meegewogen moeten worden.
De Raad oordeelt dat er in beginsel geen sprake is van verwijtbare werkloosheid indien aannemelijk is dat met de baanwisseling een aanwijsbaar en reëel belang wordt gediend, de dienstbetrekking zo lang mogelijk is voortgezet en heen en weer reizen redelijkerwijs onmogelijk is. Tevens moet de werknemer zich inspannen om aansluitend werk te verkrijgen. In casu acht de Raad de werkloosheid van gedaagde niet verwijtbaar vanwege de reorganisaties bij de werkgever van haar echtgenoot en de afstand tussen woonplaatsen.
De Raad bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten aan gedaagde. Appellant moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: De maatregel tot verlaging van het uitkeringspercentage wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd; gedaagde is niet verwijtbaar werkloos.