ECLI:NL:RBZUT:1999:AA4077
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over verwijtbare werkloosheid bij verhuiswerkloosheid
Eiseres verhuisde vanwege de baanwisseling van haar echtgenoot en nam ontslag uit haar dienstverband. Verweerder paste een maatregel toe waarbij het uitkeringspercentage van haar WW-uitkering werd verlaagd wegens verwijtbare werkloosheid. Eiseres stelde dat zij voldeed aan de voorwaarden uit de leidraad van een andere uitvoeringsinstelling, waardoor haar werkloosheid niet verwijtbaar was.
De rechtbank stelde vast dat verschillende uitvoeringsinstellingen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) uiteenlopende beleidslijnen hanteren bij de beoordeling van verwijtbare werkloosheid bij verhuiswerkloosheid. De rechtbank oordeelde dat artikel 24 WW Pro dwingend recht is en dat het niet acceptabel is dat vergelijkbare gevallen verschillend worden beoordeeld, wat strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten. Verweerder werd opgedragen om opnieuw op het bezwaar van eiseres te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder moet opnieuw op het bezwaar beslissen met inachtneming van het oordeel van de rechtbank.