ECLI:NL:CRVB:1997:ZB6949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H. Bekker
- Ch.J.G. Olde Kalter
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijstandsuitkering voltijds student volgens ABW en RWW
Appellant, een voltijds student Civiele Techniek aan de Technische Universiteit Delft, verzocht om een bijstandsuitkering na afloop van zijn ontslaguitkering. Gedaagde wees dit af op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) en de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (RWW), omdat bijstand niet wordt verleend aan personen die voltijds hoger onderwijs volgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overweegt dat appellant niet tot de groep werkloze werknemers behoort zoals omschreven in de RWW, gelet op zijn inschrijving als voltijds student en zijn intentie de studie af te ronden.
Verder oordeelt de Raad dat het volgen van voltijds hoger onderwijs in principe niet verenigbaar is met bijstandsverlening, tenzij de opleiding noodzakelijk is voor inschakeling in arbeid, wat hier niet het geval is. Ook de stelling dat stukken uit de primaire besluitvorming aan de gemachtigde moeten worden toegezonden, wordt verworpen, omdat de Awb dit niet voorschrijft in de bezwaarfase.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: De bijstandsuitkering aan appellant wordt afgewezen omdat hij voltijds student is en niet tot de werkloze werknemers behoort.