ECLI:NL:RBROE:2000:AA6368
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging premieverhoging wegens ne bis in idem bij strafrechtelijke veroordeling directeur
Eiseres, een betonvlechtwerkbedrijf, kreeg van verweerder een aanvullende premievaststelling en een boete van 100% opgelegd wegens onjuiste loonopgave over 1995 en 1996. De premieverhoging was gebaseerd op een schatting van zwartbetaald loon, gefinancierd via opgehoogde facturen. Eiseres voerde onder meer aan dat de boete moest vervallen omdat de directeur strafrechtelijk was veroordeeld voor hetzelfde feit.
De rechtbank oordeelde dat het Lisv zorgvuldig had gehandeld bij het vaststellen van de premies en dat de schatting van zwartbetaald loon voldoende was onderbouwd. De premieverhoging werd echter vernietigd omdat de strafrechtelijke veroordeling van de directeur, die het vermogensrechtelijk belang van de vennootschap vertegenwoordigt, betrekking had op hetzelfde feitencomplex. Dit leidt tot toepassing van artikel 12, vijfde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV), dat dubbele bestraffing uitsluit.
Verder wees de rechtbank de overige grieven van eiseres af, waaronder de motivering van de premieberekening en de procedurele klacht over het niet toezenden van alle stukken. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en bepaalde dat het Lisv het griffierecht aan eiseres moest terugbetalen.
Uitkomst: De premieverhoging wordt vernietigd wegens toepassing van het ne bis in idem-beginsel; het beroep is voor het overige ongegrond.