Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juni 2026 op de hoger beroepen van:
drs. [naam 3] , voorheen registeraccountant, te Rotterdam
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
1.2 [naam 3] was vanaf 10 december 1997 ingeschreven in het accountantsregister van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. Zijn inschrijving is per 1 april 2023 doorgehaald op eigen verzoek.
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
De Accountantskamer stelt vast dat de totale hoeveelheid kasgeld bij [naam 6] eind 2014 (afgerond) € 478.000 bedroeg. Eind 2013 bedroeg de totale hoeveelheid kasgeld bij [naam 6] (afgerond) € 649.000. De hoeveelheid kasgeld was in 2014 weliswaar afgenomen ten opzichte van 2013, maar rekening houdend met de afname van het aantal filialen van 128 (ultimo 2013) naar 70, was sprake van een toename van de hoeveelheid kasgeld per filiaal van afgerond 35%. Immers, ultimo 2013 was sprake van € 649.000 aan kasgeld bij 128 filialen; dat is € 5.070 per filiaal. Ultimo 2014 was sprake van € 478.000 aan kasgeld bij 70 filialen; dat is € 6.829 per filiaal. De stijging van € 5.070 naar € 6.829 bedraagt afgerond 35%. Een dergelijke toename van de hoeveelheid kasgeld per filiaal is opmerkelijk. Zeker nu de totale hoeveelheid kasgeld boven de voor [naam 6] gehanteerde uitvoeringsmaterialiteit lag, had het op de weg van betrokkene gelegen om hiernaar nader onderzoek te verrichten. Betrokkene heeft door dit niet te doen gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.”