Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 juni 2026 op het hoger beroep van:
Exportslachterij Clazing B.V., te Zevenhuizen (slachterij)
minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in hoger beroep
Inleiding
Uitspraak van de rechtbank
Wettelijk kader
Beoordeling van het hoger beroep
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het bedrag van de boetes is vastgesteld en de rechtbank heeft bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de bestreden besluiten;
- stelt het bedrag van de boete in boetezaak 201805543 vast op € 3.250,- ;
- stelt het bedrag van de boete in boetezaak 201902556 vast op € 1.750,-;
- stelt het bedrag van de boete in boetezaak 202001098 vast op € 2.000,-;
- stelt het bedrag van de boete in boetezaak 202001429 vast op € 4.000,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de bestreden besluiten;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige, voor zover aangevochten;
- veroordeelt de minister in de kosten van het verzoek om matiging van de boetes van de slachterij van € 467,- ;
- bepaalt dat de griffier van het College het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 548,- aan de slachterij terugbetaalt.